Ccgforum’s Weblog

Just another WordPress.com weblog

Archief voor Voedingsupplementen

“Voedingssupplementen kunnen schadelijk zijn” (2)

Het internationaal bekende Ortho Instituut komt met een inhoudelijke reactie op de eerder genoemde studie die in de JAMA is gepubliceerd. Het onderzoek dat dit instituut heeft gedaan bevestigt mijn vermoeden dat de AMA altijd kritisch nagerekend moet worden als ze publiceren over onderwerpen uit het kamp van de Complementaire Geneeskunde. Voor meer informatie verwijs ik naar de website van het Ortho Instituut.

“Voedingssupplementen kunnen schadelijk zijn” (ND 11-10-11)

Onder deze kop maakt het ND van vanmorgen melding van een publicatie in het medische tijdschrift Journal of the American Association. Nu is het helaas ook in de wetenschap altijd van belang om te zien uit welke bron iets komt. Ik heb nog geen gelegenheid gehad om de studie zelf te bekijken, dat zal zeker gebeuren. Maar de AMA (American Medical Association) is het reguliere medische bolwerk in de VS. Als zij zich met enthousiasme op zo’n studie werpen maakt me dat voorzichtig.

Maar goed, stel dat de studie deugdelijk is uitgevoerd en dat de vraagstelling juist was geformuleerd, dan geeft de conclusie inderdaad te denken. Kennelijk ging het in de onderzochte groep vrouwen om het gebruik van voedingssupplementen op eigen initiatief. En daar ligt precies het belangrijke punt waar de onderzoekers terecht op wijzen. Teveel mensen denken dat voedingssupplementen per definitie ‘gezond’ zijn en dat je daar dus best zelf wat mee kan ‘rommelen’. Onder het mom van ‘baat het niet dan schaadt het niet’ slikken heel veel mensen zo maar wat supplementen op basis van geruchten of folders van de fabrikant.

Ik deel de conclusie van de wetenschappers dat de meeste voedingssupplementen eigenlijk alleen ingezet zouden moeten worden op basis van een deskundige advies. Afgestemd op de individuele situatie dragen voedingssupplementen zeer zeker bij aan een betere levenskwaliteit en een hogere levensverwachting.

“Actie bond tegen vitaminepillen” (ND 240211)

De Consumentenbond begint een actie tegen vitaminepillen. Als dat op een eerlijke en goed onderbouwde manier zou gebeuren zou het toe te juichen zijn. Er is veel ondeskundigheid in de informatie over de waarde van voedingssupplementen voor gezondheid en ziekte. In toenemende mate willen grote voedingsconcerns en winkelketens meeliften op deze lucratieve markt. Daar zou wat aan gedaan moeten worden, helemaal mee eens.
Maar, als vervolgens dezelfde ondeskundige, ongenuanceerde houding door de kritiserende instantie wordt aangenomen doet dat de geloofwaardigheid van haar analyse niet toenemen. Zoals vaak het geval is in de anti-vitamine lobby, geldt ook hier dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Ongenuanceerde uitspraken, ondersteunt door wat algemene uitspraken van een hoogleraar, pogen de consument van de ene misleiding over te brengen naar de andere. Niets nieuws onder de zon, deze acties in de pers herhalen zich met de regelmaat van de klok.

Laat ik een aantal uitspraken in het gelijknamige artikel in het ND van vandaag eens nader bekijken:

“Teveel extra vitamines kunnen zelfs schadelijk zijn voor de gezondheid, zegt ook hoogleraar Jaap Seidell”. Op zich een waarheid als een koe, zelfs water is schadelijk als je er teveel van gebruikt. De vraag is alleen wat is ‘teveel’?
En elders: Een teveel aan Vitamine A en D is niet goed omdat het lichaam de stoffen in het vet en de lever opslaat. Een teveel aan Vitamine A kan schade aan de hersenen, trillen en concentratiestoornissen veroorzaken”. Van een hoogleraar Voedingsleer aan één van onze universiteiten zou je toch meer kennis van zaken verwachten. De dagelijkse aanbevolen hoeveelheid Vitamine D ligt in Nederland op 800IU (Internationale Eenheden) per dag. Pas bij een gebruik van 40.000 IU per dag gedurende een langere periode treden er schadelijke effecten op.
Ook het aanhalen van de veel besproken Betacaroteen studie (zie deze weblog: onder Betacaroteen) in relatie tot kanker, is geen bewijs van zorgvuldigheid.

In de hele discussie over voedingssupplementen wordt altijd weer verwezen naar de ADH (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid). De in Nederland gangbare ADH’s zijn gebaseerd op de Amerikaanse tegenhanger, de RDA. Deze waarden zijn gebaseerd op wat de ‘gemiddelde Amerikaan’ nodig zou hebben per dag. Dringt zich vervolgens natuurlijk de vraag op wat ‘de gemiddelde Amerikaan’ is, nog los van de vraag of die gelijk is aan de ‘gemiddelde Nederlander’, maar dat laten we maar even buiten beschouwing. De ‘gemiddelde Amerikaan’ betreft hier, let wel, “iemand van onder de 60, die beschikt over een goede gezondheid, die hoegenaamd geen stress heeft, geen medische problemen heeft, geen medicatie gebruikt, een uitgebalanceerd dieet van circa 2000 kCal per dag eet, met een goede spijsvertering en een normaal lichaamsgewicht”. Als er in de VS een TV programma bestaat als ‘Opsporing Verzocht” ligt hier een geweldige uitdaging waarvan ik voorspel dat die gedoemd is te mislukken. Zo er al een Amerikaan bestaat die aan de hiervoor gegeven typering voldoet, hij zal zeker niet gemiddeld zijn, dat staat vast. En hoe zit het als dit profiel wordt toegepast op de Nederlanders? Neem van mij aan, ook hier zal het een enorme opgave worden om deze ‘persoon’ te vinden. In een land waar ca. 6.000.000 mensen maagzuurremmers gebruiken, waar in 2003 41% van de vrouwen tussen de 18 en de 45 jaar de anticonceptiepil gebruikten (ik heb helaas geen recentere cijfers), waar miljoenen mensen cholesterolremmers slikken, om nog maar te zwijgen over pijnstillers, ontstekingsremmers etc. De gemiddelde consumptie van Aspartaam in Europa, waarschijnlijk de meest schadelijke van alle kunstmatige voedingsadditieven, ligt tussen de 2,8 en 10,1 mg/kg lichaamsgewicht per dag. De schade is immens!
U begrijpt het al, wie anno 2011 rekent met ADH van nutriënten ontkent de rauwe werkelijkheid van alle dag en leeft in een ‘fantasy world’.
De werkelijkheid vraagt om een herdefiniëring van het begrip ADH. Liever zou het vervangen moeten worden door de aanduiding ODH (Optimale Dagelijkse Hoeveelheid).

Het klopt zeker als er geageerd wordt tegen de slogan “baat het niet dan schaadt het niet’. Ook het adviseren van voedingssupplementen moet worden overgelaten aan deskundigen. En als dat de conclusie van de Consumentenbond zou zijn, dan zou ik hun actie van harte ondersteunen.

Verhoogt het gebruik van Betacaroteen de kans op kanker bij rokers?

Het eerder genoemde artikel in de Volkskrant over de Nature studie inzake Anti-oxidanten en kanker maakt weer eens gebruik van de inmiddels bekende en veel besproken Finlandstudie over de relatie tussen inname van Bètacaroteen (bekende oranje/rode kleurstof uit o.a. wortels en fruit) en het voorkomen van longkanker bij rokers. Je wordt er zo langzamerhand wel eens flauw van zo vaak als deze studie weer opduikt.

Hoe zit het nu eigenlijk met deze studie:

De resultaten van de studie toonden aan dat rokers die bètacaroteen innamen een 18% hogere kans hadden op het ontwikkelen van longkanker. Hoewel er minder gevallen van prostaatkanker werd gediagnosticeerd onder degenen die vitamine E kregen toegediend dan degenen die dat niet deden, werd dit punt niet naar voren gebracht, maar dat terzijde.

Wat waren de tekortkomingen in de studie? Het waren er veel.

  • In de studie wordt alleen gebruik gemaakt van 1/8 tot 1/40 van de dosering van vitamine E waarvan door meer dan 20 eerdere studies was aangetoond dat het leidde tot een verlaging van het risico op longkanker bij rokers.
  • Er werd slechts 1/10 van de dosering van bètacaroteen gebruikt zoals aanbevolen door andere deskundigen voor de preventie van longkanker bij rokers.
  • De doelgroep waren mensen uit Finland, ondanks het feit dat zowel de British Medical Journal als de American Journal of Clinical Nutrition aangeven dat  Finland een van de slechtste landen ter wereld is voor de uitvoering van kanker/voeding studies omdat:
    • (1) Finnen hebben een van ‘s werelds hoogste consumptie van alcohol door rokers en alcohol interfereert met het verbruik van zowel vitamine E als bètacaroteen in het lichaam, én
    • (2) Finland heeft een extreem laag niveau van het essentiële mineraal selenium in de bodem, en selenium werkt samen met vitamine E in de rol van kankerpreventie.

Een recente, veel minder bekendheid studie, uitgevoerd in China i.s.m. het National Cancer Institute, maakte gebruik van 50 microgram selenium, samen met 30 mg vitamine E en 15 mg van bètacaroteen. Dit onderzoek betrof 30.000 mensen van 40 jaar en ouder, die ofwel gezond waren of leden onder ‘premaligne oesofagale dysplasie’ [veranderingen van de wand van de slokdarm die voorafgaan aan het ontstaan van kwaadaardige kankerprocessen in die regio]. Degenen die de combinatie van deze drie voedingsstoffen kregen, hadden een significant lager risico op sterven aan kanker en andere ziekten.

  • Andere punten van kritiek van de studie zijn ook het feit dat de studie begon onmiddellijk na de kernramp van Tsjernobyl, die zich in 1986 voltrok, en Finland was een van de eerste gebieden die te lijden had onder de zware neerslag van radioactief materiaal. Deze variabele verhoogt risico op kanker en dat maakt het werk van deze lage niveaus van antioxidanten moeilijker.
  • De vorm van vitamine E die werd gebruikt is de minder krachtige synthetische dl-alfa-tocoferol in plaats van de fysiologische vorm d-alfa-tocoferol.
  • En alle gebruikte supplementen werden gekleurd met quiniline geel, een stof met bekende kankerverwekkende eigenschappen.

De auteurs zelf zijn zo zorgvuldig geweest om erop te wijzen dat er geen andere studies zijn die ooit hebben aangetoond dat er eventuele schade kan ontstaan door het gebruik van bètacaroteen, terwijl veel studies juist gunstige effecten hebben aangetoond. Daarnaast zijn er geen bekende mechanismen voor de toxische effecten van bètacaroteen. Hun algemeen samenvattende conclusie was: “Ondanks de formele statistische significantie, kan deze bevinding heel goed te wijten zijn aan toeval.”

Waarom worden deze feiten nooit genoemd door de journalisten die maar al te gretig de studie van stal halen in hun nimmer aflatende strijd tegen gezonde voeding en voedingsupplementen. Ook hier geldt de oude uitspraak: “Alleen de reinen van hart mogen statistiek bedrijven”. Journalisten zouden moeten stoppen met het citeren van publicaties terwijl ze niet gehinderd worden door enige kennis van zaken.

Voedingssupplementen: weggegooid geld?

Ondanks de geruststellende geluiden van, veelal door de overheid gesubsidieerde, conservatieve instituten dat het allemaal wel los loopt met de tekorten die we oplopen en dat de doorsnee Nederlander voldoende uit de dagelijkse voeding kan halen,  bewijst de wetenschap het tegendeel. Anno 2009 is het onmogelijk om alle essentiële voedingsstoffen uit de dagelijkse voeding te halen. Een vraag die ik veel hoor is: “welke supplementen moet ik dan slikken”. In het algemeen kan gesteld worden dat een hoogwaardige multi vitamine/mineraal, een preparaat met essentiële vetzuren (vooral van het Omega -3 type) en aanvullend vitamine C als noodzakelijk moet worden beschouwd. “Maakt het dan nog uit waar ik die koop?”, is dan steevast de volgende vraag.

Helaas wel, hier geldt maar al te vaak: ‘goedkoop is duurkoop’. Ik zal u uitleggen waarom. De kwaliteit van een voedingssupplement wordt bepaald door twee zaken. (1) Wat is de hoeveelheid van de diverse ingrediënten? En (2) In welke vorm zitten deze ingrediënten in het preparaat? Het laat zich raden dat, als de mens dagelijks ten minste 200 mcg Selenium nodig heeft en de voeding levert gemiddeld slechts 35 mcg, een multi die daar nog eens 25 mcg aan toe voegt maar een beperkte waarde heeft. Verder is het van groot belang te weten in welke vorm de ingrediënten worden toegevoegd. Het is de vorm namelijk die bepaalt wat de biologische beschikbaarheid is van de stof, met andere woorden, wat neemt het lichaam ook daadwerkelijk op in de darmen. Want u begrijpt, het gaat er niet om wat u in de mond inneemt, maar wat de dunne darm opneemt zodat het ook echt ín het lichaam komt. De biologische beschikbaarheid van allerlei verbindingen is zeer verschillend. Voor een goede beoordeling van de kwaliteit van een supplement zal die informatie op het etiket vermeld moeten zijn. En daar wringt nu juist de schoen. De wetgever stelt verplicht dat er een zogenaamde ingrediënten declaratie op de verpakking moet staan. Er moet dus op vermeld staan wat er in zit en in welke hoeveelheden. Echter, de overheid stelt geen voorwaarden aan de wijze waarop dat wordt vermeld. Wanneer er een bepaalde hoeveelheid van een zinkverbinding is toegevoegd kan de producent volstaan met de vermelding “Zink  – x mg”. Er zit natuurlijk geen zink in als metaal, maar een zinkzout. En daar gaat het nu juist om. Fabrikanten die, ten behoeve van prijsconcurrentie, kiezen voor de goedkoopste ingrediënten zullen liever niet communiceren in welke vorm de ingrediënten zijn toegevoegd. En het zijn maar al te vaak deze ‘goedkoopste ingrediënten’ die een slechte biologische beschikbaarheid hebben.

Vergelijkt u het eens met een banketbakker. Wanneer die voor kwaliteit gaat dan bakt hij met roomboter. Uiteraard wil hij dat graag communiceren want hij geeft daarmee een kwaliteitskenmerk af. Wanneer de bakker dus niet vermeld dat het om ‘roomboter koek’ gaat, houd er dan maar rekening mee dat hij het ook niet gebruikt heeft, maar bijvoorbeeld margarine. Zo is het ook bij voedingsupplementen. Een producent die het duurdere Se-methylselenocysteïne (vorm van selenium met de hoogste biologische beschikbaarheid) gebruikt zal dat graag willen communiceren. Een fabrikant die alleen maar ‘selenium’ vermeldt gebruikt deze kwaliteit zeker niet.

Wanneer met deze criteria voedingsupplementen worden beoordeeld dan blijkt dat er in veel gevallen sprake is van weggegooid geld. Daarom is mijn advies altijd, als de kosten de beperkende factor zijn is het beter om één keer in de paar dagen een hoogwaardig supplement in te nemen dan iedere dag een inferieur preparaat.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.